jan 302010
 

Deel 3 begint met -zoals Abraham dat in zijn aanklacht stelde- “een ongeoorloofde aanrandinge van een publiek ambtenaar, hemzelf dus, door Hendrik van Elsenbroek op 10 december 1799 en eindigt met Abrahams ontslag uit al zijn functies op 9 december 1801.

Bährne -zich inmiddels Louise noemend- en sinds 1797 weduwe von Münchhausen, ontvluchtte het huis van haar minnaar Hendrik van Elsenbroek. Hij had al een aantal malen gedreigd haar “in de gracht te zullen verzuipen”. Abraham ontfermde zich graag over haar; er broeide iets tussen hen. Toen hij haar in Nijmegen in veiligheid wilde brengen, overviel Elsenbroek hen in het holst van de nacht in een hotel in Lent. Het officiële rapport dat Elsenbroek over hun nog ongeoorloofde nachtelijke samenzijn liet opstellen werd het begin van een lastercampagne die Abrahams carrière op losse schroeven zette.

Abraham de Both en Louise von Brun trouwden mei 1800.

Didam Stratenplan

Didam Stratenplan

In Didam bleef het ten gevolge van het geschil over de pastoorsopvolging gisten. Het Hof van Justitie uit Arnhem gaf de momboir, Dr. A.A. Roukens, opdracht een diepgaand onderzoek naar de schuldigen in te stellen. Niemand kon worden gepakt omdat ieder verhoor eindigde met de zin “en voor het overige zeggen zij van niets te weten”.

Abraham zag in dat zijn tijden bij het bestuurlijk apparaat geteld waren. Hij verzette zijn bakens en ging de advocatuur in.