
De vluchtroute voor geallieerde piloten. Van de tienduizenden over de Achterhoek vliegende bommenwerpers werd een groot aantal afgeschoten. De bemanningsleden die levend de grond bereikten werd als het maar enigszins mogelijk was, door de Ondergrondse verder geholpen. Hoe dit werd gedaan wordt verteld aan de hand van het verhaal van twee Amerikaanse piloten die in Azewijn, een klein dorpje in de Achterhoek, hun enorme bommenwerper in een noodlanding op een wei zetten, hem in brand schoten en met behulp van twee toegeschoten jongens uiteindelijk niet in handen van de Duitsers vielen maar door de ondergrondse naar het zuiden werden geleid.
… Met deze acht bemanningsleden was het echter bijna misgegaan. De woede van Joseph Goebbels over het meedogenloze bombardement op Dresden in de nacht van 13 op 14 februari 1945, waarbij viervijfde deel van de stad werd verwoest en ongeveer 30.000 burgers werden gedood, was zo groot dat hij Hitler het voorstel deed de Geneefse Conventie van 1929 aan zijn laars te lappen en alle 40.000 geallieerde krijgsgevangen vliegtuigbemanningen met behulp van twee nieuwe gifgassen, Tabun en Sarin, te vergassen. Hitler stemde in, maar…
… Claires dagboek: ‘De bommenwerpers vlogen rustig en majestueus verder. Het was een indrukwekkend gezicht, iets dat we, tezamen met het geluid, nooit meer zullen vergeten’. Daar had Claire volledig gelijk in. Het was prachtig om te zien. De herdenkingsvluchten van de laatste jaren zijn er een zwak aftreksel van. Zij missen het massale: de gedeeltelijke verduistering van de hemel die er overdag mee gepaard ging, maar het allerbelangrijkste dat eraan ontbreekt is het geluid. Iedereen die deze zware, constant van toon zijnde, steeds maar aanhoudende vliegtuigbrom in zijn jeugd heeft gehoord, zal hem zijn leven lang niet meer vergeten…
Pilotenhulp
Geachte heer\mevrouw,
Mijn vader Johannes Wilhelmus Kamps vertelde mij vroeger wel eens verhalen over de tijd die hij meegemaakt had tijdens de 2e wereldoorlog. Voor mij destijds als tiener was dit altijd zeer spannend en bijzonder interessant. Nu 75 jaar na de bevrijding komen weer vele verhalen in mij naar boven, zo ook het verhaal dat hij aan het eind van de oorlog twee Engelse piloten naar Millingen aan de overkant van de Rijn had gebracht met zijn roeiboot.
Het verhaal ging als volgt:
In de winter van 43/44 werd er midden in de nacht “terwijl iedereen lag te slapen” bij hen thuis op de deur gebonsd. Zijn vader “Klaas Kamps” deed uiteindelijk open. Vier mannen stonden op de stoep van hun eenvoudig arbeidshuisje gelegen op de Kijfwaard in Pannerden aan de oever van de Rijn. Door een van de mannen werd de vraag gesteld of hier ene Jan Kamps in dit huis woonden. Mijn opa “die het niet vertrouwde” zei dat Jan niet thuis was, maar onmiddellijk werd er een pistool op zijn hoofd gezet en werd de vraag nogmaals herhaald. Mijn oma die ondertussen ook uit bed was gekomen riep onmiddellijk onder aan de trap dat Jan uit bed moest komen. Toen mijn vader “Jan” zich bij het gezelschap dat ondertussen in de woonkamer stond voegde werd hem gevraagd of hij diegenen was die een roeiboot bezat. Mijn vader vroeg hen wie ze waren en waarom ze dat wilde weten. Een van de mannen zie dat ze dat niet konden zeggen, maar dat ze met twee Engelse piloten hiernaartoe waren gekomen vanuit de Achterhoek en dat deze piloten naar de overzijde van de Rijn gebracht moesten worden om zich bij de Canadezen en Engelse te voegen die aan de andere kant van de Rijn in het plaatsje Millingen waren gelegerd. Mijn vader had er eerst niet veel oren naar omdat het een riskante onderneming zou worden omdat er bij hen in de buurt op de Kijfwaard ook Duitse soldaten gelegerd waren. Mijn vader vroeg hen hoe ze erbij kwamen dat hij een roeiboot bezat, want deze had hij voor iedereen “en vooral voor de Duitsers” goed verstopt onder struikgewas aan de oever van de haven bij de steenfabriek waar ze nog geen honderd meter vandaan woonde. Maar ook daar kreeg hij geen antwoord op. De mannen zeiden dat hij geen keus had en de Engelse Piloten naar de overkant moest brengen. Mijn vader overwoog de mogelijkheden nog even, maar bedacht zich al snel dat ze binnen enkele weken zouden moeten evacueren, dus de keus om zich aan de andere zijde van de Rijn bij de geallieerden te voegen was misschien nog wel de beste. Na zich goed warm aangekleed te hebben en afscheid genomen van vader en moeder nam mijn vader de mannen mee naar de roeiboot in de haven van de steenfabriek. Toen ze instapte namen de twee mannen die hen begeleid hadden afscheid, maar wat er gezegd werd verstond mijn vader niet “hij kon geen Engels” mijn vader roeide al snel de Rijn op in het donker van de nacht. Het silhouet van Millingen aan de overkant werd een beetje verlicht door het maanlicht. Opeens hoorde ze aan de overkant een paar knallen van geweervuur, de kogels sloegen in vlak naast de roeiboot. Een van de Engelse stak daarop iets omhoog “weet niet wat” waarna ze weer een paar doffe knallen hoorde. Vlak achter de boot vielen rookbommen in het water die ze aan het oog zou onttrekken van aan de Pannerdense kant gelegerde Duitse soldaten. Toen mijn vader aan de overkant aankwam werden ze opgevangen door Canadese soldaten. Vele vragen volgden, maar mijn vader verstond er niet veel van. De Engelse piloten bedankte hem en vertrokken, mijn vader heeft ze nooit meer gezien. Na een paar dagen werd mijn vader gevraagd uit Millingen te vertrekken, want Millingen zou frontlinie worden en onder vuur komen te liggen. Het beste was om naar Nijmegen te vertrekken, die plaats was onder tussen ook bevrijd, en daar zou hulp aan de doortrekkende geallieerden soldaten heel erg welkom zijn. Mijn vader heeft mij nog verteld dat hij er versteld van heeft gestaan over de hoeveelheid troepen en tanks die dwars door Nijmegen richting Arnhem trokken. Van de straten bleef niets meer over als diepe gleuven die vol stonden met regenwater.
Tot zover wat ik mij kan herinneren van een van de vele verhalen die hij mij heeft verteld over de oorlogstijd zoals hij die als 25-jarige jongen had beleefd. Toen hij mij dit vertelde was ikzelf tussen de 10 en 16 jaar en drong het nog niet echt tot mij door wat hij en vele anderen in die tijd hadden meegemaakt. Nu vele jaren later zijn er nog zo veel vragen die ik hem graag nog eens gesteld had. Misschien dat U iets van dit verhaal herkent of dat U iemand kent die iets meer over dit verhaal kan vertellen, of wie weet wie die mensen zijn geweest die vanuit de Achterhoek helemaal naar Pannerden kwamen met twee piloten, dat moet ook een hele onderneming zijn geweest, ik hoor het graag.
Met vriendelijke groeten,
Johan Kamps