Het jaar begon met een halve meter sneeuw zodat de fouragering veel tijd en moeite in beslag nam …als de boeren al afstand wilden doen van hun kostbare voorraden. En weer een bombardement op Terborgse huizen want de generaals van het zich terugtrekkende Duitse leger hadden zich overal genesteld. De Amerikaanse jagers die op alles schoten wat bewoog, tot koeien in de wei toe, waren een ware plaag.
Op een zonnige dag moest men binnen blijven, de burgers waren nergens meer veilig. En het front schoot maar niet op. Het fluiten van de granaten was een teken dat ze overkwamen en niet boven op hen vielen. Kleine troost. Overdag vluchtten Mel en Claire met de kinderen naar een paar kamers op een boerderij en wanneer ze naar huis fietsten waren ze blij dat het huis er nog stond.
En toen, toch nog plotseling, kwam in de nacht voor Paaszondag 1 april de zo lang verwachte bevrijding door de Canadezen. De laatste gevechten in Terborg werden rond de drie huizen op de Paasberg gevoerd. De verdediging door 50 Duitsers was zo fanatiek dat het maar een haartje had gescheeld of het huis was toch nog in de as gelegd. De tank stond onderaan de Paasberg al klaar.
After five years of listening to that ghastly German, to suddenly hear English, although it was not of the purest, was like the most refreshing draught after an intense thirst. Ze werden door Frans sprekende Canadezen bevrijd.