Het vleesrantsoen was inmiddels tot 1 pond per week voor het gehele gezin, 7 personen, geslonken. Claire ging vijf maal per week met haar fiets op weg om bij haar vaste boeren in de buurt van Terborg melk en groenten te halen. Uren was zij onderweg maar de voldoening was groot. Ze hadden wel honger maar verhongerden niet. Aan nieuwe kleren was niet meer te komen. Vermaken, wol uithalen en verstelde plekken opnieuw verstellen. Ze werden vindingrijk. Zo nodig zich in vermaakte oude gordijnen hullen.
Maar hoe lang zou het nog duren? En onderwijl was er de constante dreiging dat zij gedwongen hun huis moesten delen met wildvreemden en hoe moesten die dan gevoed en verwarmd worden? Het begon al in augustus: A bomb has fallen on Terborg. Not a 1000 kg one but a bomb without a shell. De burgemeester kondigde aan dat er 100 huizen vrij moesten worden gemaakt voor evacués. Dát liep nog met een sisser af maar de evacués kwamen wel. Ma en Lut moesten “op last van de bezetter” uit Den Haag vertrekken. Ma werd ondergebracht bij Frank en Els op ‘t Zonnehuis.
Het Kerstdiner had een maand voorbereiding gekost en was een succes. Claire had achter op haar fiets een dode gans mee naar huis gebracht. It was rather a gory (bloederig – niet al te gangbare woorden worden vertaald in een voetnoot) business, en dan was er extra melk en wit brood en nog echte koffie. It was a brave looking affair. Op Oudejaarsavond werd de radio, die ingeleverd was, intens gemist. Geen Big Ben om het nieuwe jaar in te luiden and never have our wishes been so sincere. And so Adieu to 1943.